Motorrijden, Nijlganzen en Teams

Wat doe jij als ’s morgens je wekker afgaat? Spring je fris en fruitig uit bed en omarm je met een gevoel van blijdschap de nieuwe dag? Of heb je een wekker die hersenkortsluiting en moordneigingen veroorzaakt omdat je anders voor dood blijft liggen? Of zo eentje waar je achteraan moet hollen om ‘em uit te kunnen zetten, zodat de adrenaline door je lijf giert en je je van ellende maar geïrriteerd naar de badkamer of het koffieapparaat sleept?

Mijn wekker

Ik lig al ruim 23 jaar met Rob in bed en hij heeft me, heel slim, een wake-up light gegeven. In de winter word ik dan met fluitende vogeltjes wakker, precies dezelfde die in ‘t voorjaar zo rond 5 uur ’s morgens in de tuin met elkaar praten. Tegelijkertijd wordt het licht steeds helderder, als een opkomende zon. Ik heb echt geen aandelen in deze fabrikant, maar ik word toch elke dag zó blij van deze uitvinding! Kom nooit (dramatisch) chagrijnig m’n bed uit.

Vogeltjes…

Terwijl de wereld om me heen nog in diepe slaap was, zat ik deze week een keer heel vroeg in onze tuin naar echte vogeltjes te luisteren (daar kan geen wekker tegenop). Wat zouden ze elkaar toch allemaal te vertellen hebben? Een paar lijsters waren in een lieflijk gesprekje en antwoordden elkaar met dezelfde deuntjes. Prima conflictvermijdende interactie, zo leek het. Verderop zat een tjiftjaf in z’n eentje te tjiftjaffen en denderde met continu hetzelfde verhaal dwars door alle andere gesprekjes heen. Een tuin verderop zaten een paar merels elkaar op ruzieachtige toon te bestrijden en echt, zodra de nijlganzen op het dak agressief gaan zitten schreeuwen, duik ik m’n bed weer in.

Wie is jouw Nijlgans?

Vervang de lijsters, tjiftjaf, merels en nijlganzen door mensen en waar denk je dan aan? Het team waar je misschien zelf in werkt? Of het team waar je leiding aan geeft? Of een team dat je als externe begeleidt? Of een team waar je slapeloze nachten van krijgt? Naar wie luister jij graag en/of wie is jouw nijlgans?

Het zijn allemaal vogels en toch ‘praten’ ze op verschillende manieren – net als mensen…

‘Pratende’ motorrijders

Diezelfde dag zat ik voor ons jaarlijkse rondje bollenvelden op mijn prima 2e hands zwarte halve naked Honda. Zonnetje erbij, vizier open, genieten maar. We waren niet de enige motorrijders en afhankelijk van gedragsstijlen, werden er vingers, handen of complete zwaaiende armen opgestoken. Elke groet authentiek en toch in verbondenheid, of zoiets. Want wat is dat toch voor iets idioots, die motorrijders die elkaar gedag zeggen? Reuze gezellig, maar in die haarspeldbocht kun je toch echt beter op de weg letten. Automobilisten zwaaien toch ook niet continu naar elkaar – zou een mooie boel worden.

Verbondenheid

Toch bestaat er onder motorrijders een gevoel van verbondenheid. Met ong. 700.000 motoren in NL tegenover ong. 8 miljoen auto’s zijn ze in de minderheid. Je moet er ook nog een apart rijbewijs voor halen en je kunt je onderscheiden door bijvoorbeeld je outfit (in mijn geval een roze leren jasje waar ik ook dit jaar gelukkig nog in pas). Maar dan nog, daarvoor rijd je toch niet!?
Het gevoel van vrijheid, je voertuig in balans houden, de wind in je gezicht, de andere beleving van snelheid, dát alles snap je toch echt alleen als je zelf rijdt. En dus spreken motorrijders dezelfde taal. Ondanks verschillende stijlen van zwaaien, spreken ze een taal waardoor ze elkaar snappen.

Vogels, Nijlgans, Motorrijders, Teams

Heel verhelderend: luister ’s morgens in alle rust eens naar de vogels en reflecteer op je team. En, laat die nijlgans gewoon maar schreeuwen.
Vraag eens aan een woest uitziende (mooi of lelijke) motorrijder waarom rijd je en luister naar de passie.
Team: verbondenheid, dezelfde taal spreken, samen succesvol zijn… Wil je dat voor elkaar krijgen? Vraag mij er naar, dan praten we op een fijn, zonnig terras over aanpak en resultaten 🙂

Warme groet,